Roffelen in woord

De tromgeschiedenis start reeds 3000 jaar voor Christus. Uitgebreide toelichting over de evolutie van de trom vindt u in een document van het Instituut voor Vlaamse Volkskunst (D/4148/1988/1).

Slaginstrumenten, en in het bijzonder trommen, zijn ongetwijfeld de oudste instrumenten. In hun oorspronkelijke vorm dienden ze vooral tot het overbrengen van boodschappen. Ook nu nog worden ze als ‘signaalinstrumenten’ betiteld. Beperken we ons tot het gebruik van de trom in het gildewezen.

Heel wat gilden hebben één of meerdere tamboers. Hij/zij treedt/treden aan met de gildetrom op ceremoniële gelegenheden binnen de gilde, maar ook tijdens processies en andere publieke evenementen. De trom geeft de cadans en verwijst naar het militaire verleden van de gilde. De gildetrom heeft een eigen vorm en afmeting en brengt een typisch geluid voort. De trom zelf maakt deel uit van de gildeschat en kan al eeuwenoud zijn.

Vele gilden bezitten nog de zogenaamde grenadierstrom of  paradetrom die uit de tijd van de Franse Overheersing stamt. Meestal met messing, vaak ook met houten ketel, houten spanbanden en koordspanning, 8 of meer spanners, 32 tot 36 cm diameter, 40 tot 45 cm hoogte, en bespeeld met gewone tromstokken. Oorspronkelijk met darmsnaren, maar in moderne uitvoering ook met spiraalsnaren.

Er heerst heel wat begripsverwarring m.b.t. de landsknechttrom of gildetrom. Bij het opkomen van het gildewezen werd de trom van die tijd, in casu de landsknechttrom, in gebruik genomen. Oude prenten en schilderijen omtrent gilde- en rederijkersfeesten bevestigen dit. Bij dit historisch tromtype waren diameter en hoogte praktisch gelijk (40 tot 50 cm). De ketels werden vaak prachtig versierd met kunstig geschilderde, of later in koper gedreven, wapenschild van de plaatselijke heer (heraldiek op het instrument). Deze trom werd oorspronkelijk bespeeld met vrij dikke gewone tromstokken, thans met stokken met vilten koppen.

Bij gebruik in het gildewezen, inzonderheid bij de roffelwedstrijden, moet de trom voorzien zijn van natuurvellen en koordspanning.

Bij de begeleiding van een vendelspel heeft de tamboer een meervoudige taak: het geven van bepaalde signalen tot inzet of slot van een figuur, het bepalen van een tempo, het ritmisch muzikaal begeleiden en het accentueren van bepaalde vendelbewegingen of vendelfiguren.

Bij tamboerwerk bekleedt de roffel een bijzondere en waardevolle plaats. Een roffel is een opeenvolging van korte slagen die in een verscheidenheid van klanksterkte kan worden uitgevoerd. Zelfs het verplaatsen van de roffel van het midden van het tromvel naar de buitenkant ervan en omgekeerd, brengt een klankvariatie (wegens spanningsverschil op het tromvel). Mooi roffelwerk, vlot en gevarieerd, getuigt van de vaardigheid van de tamboer. Een goede beheersing van beide tromstokken is daartoe vereist. Oefening baart kunst!


In de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde Essen vervult Jan Luyten al jaren de functie van tamboer. Meermaals was hij zeer succesvol bij het uitvoeren van zijn roffel tijdens de jaarlijkse Gildefeesten met een eerste plaats als resultaat.


Gildetrommen bij de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde Essen



– (Links) De oude gildentrom, uit de tijd van de Franse Republiek en afkomstig uit het leger van Napoleon.
– (Rechts) De nieuwe gildentrom uit 1994.