Vendelen in woord

Vendelen is het kunstig zwaaien van kleurrijke vlaggen aan stokken. Onderaan de stok is een loden tegengewicht bevestigd zodat het evenwichtspunt van het geheel niet in de vlag komt te liggen. De vlag wordt gehanteerd door een vendelier. Met afwisselende grepen volgen de figuren elkaar willekeurig op of er wordt een volledige vendelreeks (een reeks in volgorde vastgelegde figuren waarin ook ’worpen’ opgenomen zijn) afgewerkt. Tijdens het vendelen mag de vlagstok niet op de grond terechtkomen. Een vendelier kan alleen of in groep vendelen, op traditionele muziek of met tromgeroffel.

Vendelen wordt traditioneel door mannen uitgevoerd, uitzonderlijk wordt er her en der een vrouw toegelaten. Voor optredens worden zowel moderne als heraldische vlaggen gebruikt. Een heraldische vlag kan de groepsvlag, de vlag van de landsheer of de patroonheilige, de vlag van de stad, de vlag van de regio of de Europese vlag zijn.

Het vendelen is een vertoon van kracht, stoerheid, fierheid en behendigheid van de vendelier. Dit alles is een streling voor het oog. Vendelen is ook een stuk cultuur, een stukje Vlaamse geschiedenis, dat we samen beleven, bewaren en uitbreiden voor de toekomstige generaties.

Ook in de schuttersgilden wordt nog steeds gevendeld, o.a.

  • Bij officiële gelegenheden, als een eerbetoon aan de wereldlijke en/of kerkelijke autoriteiten
  • Bij het inhuldigen van de nieuwe koning tijdens het koningsschieten.
  • Bij het inhuldigen van de keizer.
  • Tijdens het jaarlijkse Gildefeest. De vendeliers kampen zich onderling in behendigheid en perfectie bij het uitvoeren van de figuren.

In de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde Essen werd het vendelen succesvol beoefend door Marc Van Looveren en zoon Wouter. Sinds 2016 geven de neven Wouter en Stijn Van Looveren het beste van zichzelf, dit onder toezicht van leermeester Marc Van Looveren. De muzikale begeleiding van tromgeroffel is al jaren in handen van tamboer Jan Luyten.

De afmetingen van de vendels voor volwassenen zijn gesteld op 180 x 180 cm, voor de jeugd op 140 x 140 cm (10-16 jaar) en 120 x 120 cm (t/m 10 jaar).

De stok van het vendel is van hout en is zo lang dat bij loodrechte stand van het vendel het diagonaal hangende vaandel de grond niet raakt. De lengte van de stok is dan in totaal 270 cm. De vendelstok voor de jeugdvendels moet in totaal 210 cm zijn.

Een traditionele vendelstok met vendel, 180 x 180 cm, en contragewicht woog aanvankelijk al vlug 8 tot 10 kg. Dit is in de loop der tijd verminderd tot ongeveer 4 kg. Voor de jeugdvendels, 140 x 140 cm, is het gewicht van stok en vendel ongeveer 2,5 kg.

Het vendelen is een eeuwenoude traditie die in heel Europa beoefend wordt. Het vendelen met grote vlaggen zien we enkel in het noorden van België, het zuiden van Nederland en in sommige delen van Duitsland kort bij de Nederlandse en Belgische grens. Het vendelen met kleine vlaggen gebeurt in Zwitserland, Oostenrijk en Italië. Landelijk en ook regionaal zijn er veel verschillen in uitvoering. Sommige groepen vendelen altijd op muziek, anderen maken veel indruk met het naar elkaar toegooien van de vendels. Bij iedere inhuldiging, viering, verwelkoming, processie, … in de geschiedenis komt men wel vaandeldragers of vendeliers tegen.

Het vendelzwaaien zou zijn oorsprong hebben kort voor of tijdens de kruistochten. Het was toen een militaire daad waarbij het legerstandaard werd bewogen. Later werden jonge officieren van de compagnie belast met het dragen van de compagniestandaard. Met sierlijke bewegingen vergezelden en stuurden zij de buik van het leger. In afbeeldingen uit de 16e eeuw dragen vaandeldragers (vaandrigs) in legereenheden en gilden vlaggen van groot formaat aan een korte stok mee. In militaire instructieboekjes uit de 16e eeuw zijn bepaalde vaste figuren of slagen beschreven die nu nog gebruikt worden als basisfiguren in het hedendaagse vendelzwaaien. Tijdens de Middeleeuwen was er een nauw contact tussen de schuttersgilden en vendelzwaaiers (vendeldragers). De schutterij of het schuttersgilde was een soort burgerwacht, opgericht om stad of dorp te beschermen tegen stropende benden en huurlegers die de dorpen platbrandden en de kerken beroofden, of om de orde te handhaven bij oproer of brand. De gildebroeders beschermden wat hun het dierbaarst was: hun vrouwen en kinderen, huis en haard. En als dan het gevaar voorbij was, sloegen zij met hun vaandels een gebed om zich heen, omdat zij zo beter konden uitdrukken als woorden konden zeggen. En zo heeft eeuwenlang het zwaaien met het vaandel haar waarde behouden, meer dan alleen een traditionele betekenis. Tijdens de 17e eeuw zou vendelzwaaien een hoofdmoment geweest zijn tijdens de Rederijkersfeesten. Het vendelen was als een eerbetoon aan de wereldlijke autoriteiten. Later werd ook aan kerkelijke autoriteiten deze hulde gebracht. Later in de 18e eeuw verschijnt de loden bol als contragewicht aan een langere stok. Het vaandel werd zodoende wel zwaarder, maar kreeg een veel betere balans waardoor de figuren gelijkmatiger uitgevoerd kunnen worden. In de Brabantse gilden werd tot halverwege de vorige eeuw door de vaandrigs nog met vaandels van om en bij 10 kilo gezwaaid. Na die tijd komen de veel lichtere vendels op.

Na jaren van relatieve kalmte werd in de jaren 1950 het vendelzwaaien nieuw leven ingeblazen door de jeugdbeweging ‘Katholieke Landelijke Jeugd’. Zij zetten hun leden aan om deze mooie Vlaamse folklore verder te ontwikkelen door creatie van nieuwe figuren en series. In sommige afdelingen kreeg men de vendelmicrobe zo te pakken dat ze zelfstandig verder gingen.
Zowat gelijktijdig drong het vendelen ook door in de Vlaamse volksdansgroepen die de technieken nog verder verfijnden naar de vendelreeksen op muziek of tromgeroffel die we vandaag de dag kennen. Hieruit zijn ook enkele onafhankelijke vendelgroepen ontstaan die door het combineren van authentieke en moderne reeksen de jeugd weet te bekoren tot het vendelen.
De meest traditionele groepen zijn de gilden. Volkskunstgroepen zijn iets flexibeler. Af en toe ziet men een vrouw maar hoofdzakelijk zijn het mannen die vendelen met heraldische vlaggen op traditionele muziek of tromgeroffel. Sommige gilden combineren dit met gildedansen, boogschieten of kruisboog schieten.
Hier en daar zijn er dan ook nog onafhankelijke groepen, die zich niet willen binden aan één of andere strekking en vaak de experimentele toer op gaan. De moderne muziek en kledij slaagt aan bij het grote publiek, waardoor deze vaak vele leden hebben en dus meer gevraagd worden voor de grote manifestaties.