Kaart

Algemeen

De kaart van een schuttersgilde is het neergeschreven historische reglement. De meeste kaarten zijn honderden jaren oud, bevatten de richtlijnen voor het echte gildeleven en duiden op de rechten en de plichten van de gildebroeders. Naast schuttersverplichtingen zijn broederschap, religie en solidariteit kernwoorden in de kaarten. Recentere kaarten van schuttersgilden zijn nog steeds gebaseerd op deze eeuwenoude kaarten, weliswaar aangepast aan de noden van de tijd. Andere benamingen voor de kaart zijn kaerte, caerte, chaerte, charter, grondkeure.

In een aantal artikels wordt vastgelegd waaraan men zich dient te houden: de rechten en plichten van het gilde tegenover de heer, het bestuur, de broederplichten en het onderlinge gedrag, financiële afspraken zoals boeten, trouwgeld, doodschuld en allerlei regelingen betreffende schietingen, koningen, keizers, teerdagen, zielenmissen, altaren, begrafenissen, vaandel en trom. De kaart verplichtte de gildebroeders alle plechtigheden in volle ornaat bij te wonen. Een boete wachtte de onverlaat die zich niet stoorde aan dit gebod.

De kaart werd ofwel op perkament ofwel op papier geschreven, later werd het gedrukt. Een gilde moest dergelijke kaart betalen.

Dankzij de kaart kregen de schuttersgilden rechtspersoonlijkheid en erkenning!

Wie kon een kaart verlenen aan een schuttersgilde? Kijkend in de tijdslijn waren er onderstaande mogelijkheden:

  • De schuttersgilden uit de steden of vrijheden ontvingen hun kaart van de vorst of de plaatselijke heer.
  • De schuttersgilden uit de dorpen en heerlijkheden moesten voor een reglement aankloppen bij hun plaatselijke heer.
  • De schuttersgilden uit de gehuchten en dorpen die onder de rechtsmacht van een stad behoorden konden terecht bij de gilden van de stad.
  • De gildebroeders konden onder elkaar een reglement opstellen om dit door de overheid te laten bekrachtigen. Deze laatste kon nochtans zelf voor het noodzakelijke document zorgen. De koning of keizer, als hertog van Brabant, oordeelden zich meer dan eens waardig om de kaart aan een schuttersgilde te schenken.
  • Vanaf de 17de eeuw beijverden de Leuvense schuttersgilden zich, als opper­hoofd van de Brabantse schuttersgilden, om een modelkaart te bezorgen aan de schuttersverenigingen van de dorpen.
  • De schuttersgilden vaardigden zelf ordonnantiën uit en namen besluiten om de eigen werking in goede banen te leiden. Die waren aan­gepast aan de plaatselijke omstandigheden, maar mochten niet in tegenspraak zijn met de artikels van de modelkaart.

De schuttersgilden vormden oorspronkelijk een militaire organisatie en werden door de vorst of heer gecontroleerd. Wanneer op het einde van de Middeleeuwen (1500) de nadruk meer gelegd werd op ontspanning en schietwedstrijden, namen de Leuvense schuttersgilden van elk wapen resoluut de leiding van het Brabantse schuttersleven, zoals ook de Leuvense rederijkers de hoofdkamer voor de Brabantse camers van rethorica waren. De leidende rol van de Leuvense schuttersgilden wordt toegeschreven aan het feit dat het graafschap Leuven de kern was waaruit later het hertogdom Brabant groeide. De schuttersgilden van Leuven verwierven het oppertoezicht over de schuttersgilden van het toenmalige hertogdom Brabant, een gebied dat de huidige provincies Brabant, Antwerpen en het Nederlandse Noord-Brabant omvatte. Dit voorrecht hield in dat de hoofdgilden sinds de 17de eeuw gemachtigd waren modelkaarten af te leveren aan de schuttersgilden van de dorpen. De modelkaart bevatte de alge­mene richtlijnen die elke schuttersvereniging diende te volgen en gaf de nodige voorschriften om de religieuze, sociale, militai­re en recreatieve opdrachten te vervullen.


De kaarten van de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde Essen
De eerste kaart?

Had de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde Essen een kaart in bezit na de oprichting in de 15de of 16de eeuw ? Deze vraag blijft tot op heden onbeantwoord, de veronderstelling is er wel. Het eerste werk bij de oprichting van een vereniging bestaat erin de doelstellingen van de vereniging, de rechten en plichten van de leden in een reglement of kaart vast te leggen. De schout, als vertegenwoordiger van de vorst of de heer, zal destijds de tekst van die eerste kaart wel hebben opgesteld in samenwerking met de belanghebbende gildebroeders.


Kaart van 14 september 1680

De kaart van 1680 is merkwaardig. Enerzijds bevat zij artikels die voorkomen bij andere gilden (bv. in de kaart van de Sint-Jorisgilde van Calmpthout in 1671 verleend door dezelfde E. H. Prelaat Crils). Anderzijds bevat het voorschriften die men tevergeefs in andere gildekaarten zal terugvinden, in het bijzonder de artikels aangaande de be­straffing van een hele reeks misdrijven (zoals onder de kin stoten, de vinger in de mond steken, vuistslagen, messen trekken, vloeken, slaan, …). Ook artikel 43 en volgenden vragen aandacht; hieruit blijkt dat de gilde in haren schoot een eigen recht uitoefent!  De taal en de aard der boeten doet vermoeden dat een groot aantal artikels zijn overgenomen uit een veel ouder reglement.

Op 14 september 1680 heeft de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde de goedkeuring en de kaart ontvangen van de Hoogwaardige Heer F. Jacobus Rosnata Crils, abt en prelaat van de Abdij van Tongerlo. Deze kaart is jammer genoeg verloren gegaan, maar is destijds door E. H. Jacobus Maes (pastoor van de toenmalige parochie Esschen-Nispen) ingeschreven in het oudste gilderegister. Het is voorafgegaan door volgende inleiding: “Dese Chaerte is gegeven ende vergunt aen dese Gulde van Sinte Sebastiaen door den Eerw. Heere Prelaet Crils, Abdt en Prelaet van Tongerlo, Geestelyck ende Grondtheer van Esschen, Calmpthoudt, Huyberghen etc. als blyckt by syne approbatie en laudatie van date den veerthienden September 1680 ende bijden selven Eerw. Heere onderteeckent als in fine deser kaerte blyckt 1680.”.

Het beginfragment van de kaart bevat de tekst “Kaerte der ordonnantien Wetten ende Statuten van keuren ende breucken der Guldebroederen van den Hantboge, berusten­de onder de gratie ende protectie van Godt Almachtigh, ende patrocinie vande Heylige ende weerdige Maegt ende Moeder des Heeren Maria ende Sinte Sebastiaen, binnen den dorpe ende heerlijcheyt van Esschen.”

KAERTE DER ORDONNANTIEN WETTEN…

Kaerte der ordonnantien Wetten ende Statuten van keuren ende breucken der Guldebroederen van den Hantboge, berusten­de onder de gratie ende protectie van Godt Almachtigh, ende patrocinie vande Heylige ende weerdige Maegt ende Moeder des Heeren Maria ende Sinte Sebastiaen, binnen den dorpe ende heerlijcheijt van Esschen.

DEN EEDT

“Dit geselschap van den handtboghe van Esschen, sal ick hou­den wettelijck ende wel als een goet gesworen schutter schuldigh is te doen, ende waer ick eenigen hinder oft stoot wist, die welcke onse genadige Heere t’stegen waere die sal ick overbren­gen ende schaede weeren, hem vromen ende voorderen, Hooftman, Coninck ende Dekenen gehoorsaem sijn, en alle dat doen, dat een goet geselle vanden Boge is schuldigh te doene, soo moet mij Godt helpen, Sinte Sebastiaen ende den Boghe.”

Dit sijn d’ordonnantien vande boeten, breucken, en keuren die het geselschap sijn verleendt, ende bijsondere bijden Eerw. Heere Prelaet van Tüngerlo, Heere van Essche, Calmpthout ende Huijbergen etc. ende als opperhooftman deser Gulde, beneffens den hooftman, coninck, dekenen sijn gheordonneert, om ten ghemeijnen oorbaer dit geselschap te vaster bij een, ende in ‘wijs en vrede eerlijck en schutterlijck te onderhouden, inden jaere 1680.

Er volgt dan een opsomming van 54 artikels en het wordt afgesloten met onderstaande aantekening:

Ondergheschreven laudere, approbere, ende confirmere de voorgaende kaerte in alle haere Articulen, soo veel als ons aengaet. ‘t Oirconden etc.

Actum in onse Heerlijckhijdt van Esschen den viertienden Septem­ber A° 1680.

F. Jacobus Rosnata Crils

Abt van Tongerlo, etc.“

De volgende artikels werden later hieraan toegevoegd:

  • Op 16 mei 1681 werden door pastoor Jacobus Maes artikels 55, 56 en 57 toegevoegd. Het einde van artikel 57 bevat volgende tekst:

… aldus dese drij articulen geordonneert met consent vande Eerw. H. Pastoor, als gecomitteerde van Sijne Eerw. den H. Prelaet, opden XVI Meije 1681, en bijwesen der oversten deser Gulde.

F. Jacobus Maes,

Pastoir van Esschen.

  • Op 25 mei 1690 werd artikel 58 toegevoegd door de hoofdman, koning, dekens en gezworenen.
  • In de jaren 1725-1730 is artikel 59 toegevoegd door de hoofdman, koning, dekens en gezworenen.

Indien u deze kaart in detail wilt raadplegen, klik hier. Dit is de weergave uit het boek ‘Het Sint-Sebastiaansgilde van Essen’, Gerard Meeusen, 1963, hoofdstuk ‘De Kaerte der Ordonnantiën‘.


Kaart van 15 april 1726

Sinds de 17de eeuw waren de Leuvense Hoofdgilden gemachtigd om een modelkaart af te leveren aan de schuttersverenigingen van de dorpen. Ook de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde haalde in 1726 hun kaart bij de hoofdgilden van Leuven.

‘Eene parcquemente Caerte aende Gulde tot Esschen op 15 april 1726’. De oorkonde, gemaakt uit kalfsleer (50 cm x 80 cm), werd in 2014 gerestaureerd.

Het Vonnisboeck van Leuven bevat een opsomming van de schuttersgilden uit steden en dorpen die van 1665 tot 1736 een kaart van hun hoofdgilde hadden ontvangen. Vele landelijke schuttersgilden haalden hun kaart bij de hoofdgilden van Leuven. Ook het gilde is hierin opgenomen. “ Extract getrocken uyt seckeren boeck in folio gebonden in witten parcquemente voerende voor Tittel: Notitie ende Vonnis boeck concernerende de Hooftgulde van de Edelen handtboghe binnen der Stadt Loven sub secretario F.J. Goffart begonst Anno Domini 1665: … staet onder andere hetgene volght‘Eene parcquemente Caerte aende Gulde tot Esschen op 15 april 1726’… “


Kaart van de Hoge Gilderaad der Kempen

Bij de oprichting van de Hoge Gilderaad der Kempen besloten de wethouders in 1952 aan alle aangesloten gilden een modelkaart te bezorgen. Deze modelkaart bevatte algemene voorschriften die door de gilden van alle wapens dienden nageleefd te worden. De modelkaart werd samengesteld op basis van de verschillende reglementen en vooral op de modelkaart van de Leuvense hoofdgilde van de handboog. De tekst werd op groot formaat gedrukt en aan elke schuttersgilde overhandigd bij de definitieve toetreding.


Huishoudelijke reglementen

Tot na de Tweede Wereldoorlog was de kaart van 1680 de basis voor de werking van het gilde en de rechten en plichten van de aangesloten beëdigde leden. In de meeste schuttersgilden werden interne of huishoudelijke reglementen opgesteld, hierbij steunende op de kaart van 1680, de evolutie in het gildeleven en de noden van de tijd. Hierdoor ontstonden echter verschillen in rituelen en tradities tussen de schuttersgilden. Hoofdman Gerard Meeusen stelde voor het gilde een Innerlijk Reglement op dat van kracht werd op 1 januari 1948 na goedgekeurd te zijn door de gildebroeders op de dag van Sint-Andries, 30 november 1947. Dit innerlijk reglement is in de loop der jaren reeds meerdere keren aangepast.


Bronnen:

  • Boek ‘Kempische Schuttersgilden’, Eugeen Van Autenboer, deel VI ‘De Sint-Sebastiaansgilde van Leuven, hoofdgilde van Brabant, geeft caerten (1665-1736)’
  • Boek ‘Het Sint-Sebastiaansgilde van Essen’, Gerard Meeusen, 1963. (De Kaerte der Ordonnantiën)
  • Vlaamsch Katholiek Weekblad ‘De Noordergalm’ van 6 en 13 augustus 1927, ‘De Kaart van St. Sebastiaan van Esschen’, J. Ernalsteen (Archivaris der Hoofdkerk van Antwerpen)
  • Boek ‘De schuttersgilden in de Antwerpse Kempen’, K.C. Peeters-Instituut voor Volkskunde, Eugeen Van Autenboer
  • Boek ‘De kaarten van de schuttersgilden van het Hertogdom Brabant (1300-1800)’ (Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland), 2 dln, Tilburg, 1993-1994, Eugeen Van Autenboer
  • Boek ’50 jaar Hoge Gilderaad der Kempen 1952-2002’, Eugeen Van Autenboer